Hier ben ik
Viering: 2e week door het jaar
Lezingen:
- 1 Samuël 3, 3b-10 en 19
- Johannes 1, 35-42
Geschreven door: Dr. J. Verhoeven
Broeders en zusters in Christus,
Deze zondag is het thema van de lezingen aanwezig zijn, present zijn. Dat kan op twee manieren: passief of actief. We kennen allemaal de volgende situatie. U moet naar een afspraak of bijeenkomst maar heeft er helemaal geen zin in. U gaat toch, bent tenminste aanwezig en voldoet aan uw verplichting. En als het formeel is dan moet u misschien nog een presentielijst invullen. Of in een ander geval gaat u mee met een busreis en voor het vertrek wordt gecontroleerd of iedereen aanwezig is. Uw naam wordt genoemd en u zegt: ik ben er. Meer wordt er op dat moment van u niet verwacht. De chauffeur doet het werk.
Anders is het wanneer iemand u roept. Als u dan zegt "hier ben ik" dan krijgt dat een totaal andere betekenis in de zin van : zeg het maar, vraag maar, ik luister. En als iemand al vragend een beroep op je doet: waar kan ik je mee helpen, ik sta voor je klaar.
Zo is het ook in de bijbel. De bijbel is geen boek van feiten en constateringen. Het is niet de bedoeling dat we de verhalen uit de bijbel lezen en voor kennisgeving aannemen. De mensen in deze verhalen worden opgeroepen, aangespoord, uitgenodigd en zo ook wij als lezers.
Sta op, trek weg. Verlaat zoals Abraham je eigen vertrouwde en zekere wereld om het avontuur met God aan te gaan. In dit avontuur tilt God mensen boven zichzelf uit.
De veehouder Abraham wordt door God weggeroepen uit het heidendom vandaan. God sluit een verbond met hem en hij wordt vader van een groot volk, het volk van God. Omdat hij in alle onzekerheid vertrouwd en geloofd heeft in het verbond met God en zijn belofte, wordt hij vader van het geloof. Mensen worden achter de ploeg vandaan geroepen tot profeet. De herder David wordt bij zijn schapen vandaan gehaald om koning te worden en een rijk van vrede en gerechtigheid te stichten.Vissers laten hun netten in de steek om met Jezus mee te gaan en de blijde boodschap te verkondigen. Door hen wordt het verhaal van Jezus doorverteld en gaat tenslotte de wereld door. Wie zich door God laat roepen en in Hem gelooft, is met zijn hulp tot bijzondere dingen in staat.
Maar hoe kunnen wij die stem van God herkennen ? In de eerste lezing over Samuël horen we dat dat niet zo eenvoudig is. In die dagen was het woord van de Heer schaars. Betekent het dat God niet meer tot zijn volk sprak of dat het volk niet meer luisterde.
De jonge Samuël is uit dankbaarheid door zijn moeder Hanna opgedragen aan God en leeft onder toezicht van de oude priester Eli in de tempel. Het leven van de jonge Samuël staat in schril contrast met dat van de twee priesterzonen van Eli. Nietswaardige lieden zegt de bijbel. In de tempel hebben ze maling aan de voorschriften voor het brengen van brandoffers en willen het beste vlees nog voor het geofferd is, zelf hebben. En ze slapen met de vrouwen die dienst doen bij de ingang van tent der samenkomst. Als Eli hen daarover aanspreekt, luisteren ze niet naar hun vader.
Wie wel luistert, is Samuël. Als hij &s nachts een stem hoort, gaat hij naar Eli toe en zegt: hier ben ik, gij hebt mij immers geroepen. Eli heeft hem niet geroepen en zegt dat hij weer moet gaan slapen. Dit tafereel herhaalt zich drie keer en dan pas heeft Eli door dat het God geweest is die Samuël geroepen heeft. Eli zegt tegen de jongen: ga weer naar bed en als God je weer roept, zeg dan:spreek Heer want uw knecht hoort.
Twee mensen, de oude Eli en de jonge Samuël. De eerste letterlijk en figuurlijk ingedommeld en niet meer alert op de stem en het woord van God. De tweede, jong, alert en met een luisterend oor, die God en zijn stem niet kent omdat God zich nog niet aan hem heeft geopenbaard.
Hier ben ik. Spreek want uw knecht hoort. Aanwezig zijn is dus niet een passief er zijn, maar actief gespitst horen, luisteren naar God die tot ons spreekt. God spreekt zijn Woord tot ons en wij mogen hoorders van het Woord zijn. Dat is niet niks want God vraagt nogal wat van ons. Als Abraham de stem van God hoort en zegt "hier ben ik"dan krijgt hij te horen dat hij zijn zoon Izaäk, zijn toekomst, zijn zoon van de belofte moet offeren. Nogmaals zal Abraham zeggen "hier ben ik"als zijn zoon tot hem zegt "vader" en vraagt waar het offerdier is. De Heer zal erin voorzien. Voor de derde keer zal Abraham zeggen "hier ben ik "als hij op het punt staat het offer te volbrengen en een engel hem roept "Abraham, Abraham". God stelt de rechtvaardige Abraham zwaar op de proef. God sluit een verbond met zijn volk maar stelt ook hoge eisen aan zijn verbond. Is het wel zo mooi als je geroepen bent, uitverkoren door God.
Ik zou willen zeggen: gezegend ben je. Het uitverkoren volk staat immers een zware taak te wachten evenals Jezus.
Ook in het evangelie van Johannes klinkt een stem die mensen in beweging zet. Op een dag ziet Johannes de Doper Jezus komen en zegt: zie het lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt. En Johannes getuigt van Jezus die niet met water maar met de Heilige Geest zal dopen. Hij is de Zoon van God. De volgende dag staat Johannes weer bij de Jordaan met twee van zijn discipelen. Als hij Jezus ziet gaan, zegt hij: zie het lam Gods. We weten niet of de twee discipelen van Johannes er de vorige dag ook bij geweest zijn en het getuigenis van Johannes over Jezus gehoord hebben. Maar als ze Johannes horen zeggen "zie het lam Gods" dan volgen ze Jezus. Soms zijn enkele woorden genoeg om mensen te raken en in beweging te zetten. Als Johannes met zulke bijzondere en verheven woorden over Jezus spreekt, dan moet het de moeite waard zijn deze mens te volgen en te weten wat er in hem omgaat. De twee discipelen volgen Jezus en die vraagt: wat zoekt gij ? En zij vragen : Meester, waar houdt Gij verblijf ? Jezus antwoordt: komt en gij zult het zien. Jezus laat hen zien waar Hij verblijf houdt en ze blijven de hele dag bij Hem.
Wat zou deze mysterieuze zin kunnen betekenen: waar houdt Gij verblijf ? Wat hebben de twee mannen gezien ? Jezus zal ze zeker niet hebben meegenomen om zijn woning te laten zien en het interieur want dat zal heel sober geweest zijn. Waar woont Jezus, waar is Hij
thuis ? Jezus is thuis in de dingen van zijn Vader, de Schrift, de Wet en de profeten. Hij legt niet alleen het Woord, de Schrift uit maar is zelf het Woord dat de gestalte van een mens heeft aangenomen. In zijn leven vervult Hij het Woord door zijn geloof in en zijn trouw aan de Vader, door het doen van gerechtigheid en liefde, het brengen van vrede.
Op deze wonderbaarlijke dag openbaart Jezus zich aan de twee als degene die de Schrift zal vervullen. En zij geloven in hem. Ze blijven de hele dag bij Jezus en in de namiddag gaat
een van de twee, Andreas, naar zijn broer Simon en zegt: wij hebben gevonden de Messias.
In de andere drie evangeliën mag nooit onthuld worden dat Jezus de Messias is en moet het een geheim blijven, een belofte voor de toekomst. De Messias is de komende.
In het evangelie van Johannes is geen sprake van een belofte die weggeschoven is naar het einde der tijden. Waar mensen zien met de ogen van het geloof, daar is Jezus in alle volheid als Messias aanwezig in onze geschiedenis, hier en nu.
Wij kunnen de Messias niet zomaar herkennen. Wij worden gevraagd mee te komen en door de uitleg van de Schrift, door de daadkracht van het Woord zelf te begrijpen, tot inzicht te komen, te zien en te geloven.
Maar hoe kunnen wij in ons leven de stem van God kennen ? Er is immers letterlijk en figuurlijk om ons heen en in onszelf zoveel lawaai en ruis. Is de stem die wij horen misschien onze eigen stem met onze eigen wensen en verlangens ? Worden wij misschien ingefluisterd door onze zelfgemaakte goden ? Hoeveel onrecht is er door de eeuwen heen wel niet begaan omdat men dacht dat God het wilde. Als een stem ons aanzet tot daden die leiden tot fanatisme, haat en geweld, dan is dat zeker niet de stem van God. Dat lijkt voor de hand te liggen maar er is in het verleden veel onrecht begaan en goedgepraat met de hand op bijbel.
Samuël kende de stem van God niet omdat God zich nog niet aan hem had geopenbaard.
God heeft zich aan ons geopenbaard in zijn Woord, de Wet en de Profeten en in het Woord dat mens geworden is, Jezus. Daar moeten wij in de leer gaan om ons gehoor te oefenen voor de stem van God. In het leerhuis moeten wij thuis raken in de dingen van de Vader en ontvankelijk worden voor zijn stem. Diezelfde stem horen wij in het levende Woord Jezus. Wat die stem inhoudt zien we in zijn handelen . Hij bekommert zich om de zwakken en randfiguren van de maatschappij, geeft mensen een tweede kans, een nieuwe toekomst. In het beroep dat de naaste dichtbij en veraf op ons doet, mogen we de stem van God horen.
Als wij zijn stem willen horen dan zal het in ons stil moeten worden. Alle stemmen van onze eigen wensen en verlangens, van onze belangen en hebzucht moeten tot zwijgen gebracht worden. In de drukte van ons dagelijks leven en al ons gepraat, is God vaak niet meer dan achtergrondmuziek. Alleen als wij stil willen worden kan de stem van God op de voorgrond treden, als we ons willen openstellen voor zijn Woord en echt luisteren. Dan is het ook mogelijk dat als God ons roept, wij met de volle inzet kunnen antwoorden: hier ben ik. Gereed om de niet eenvoudige weg te gaan die Hij van ons vraagt. Wat God van ons vraagt, hoe moeilijk het ook is, kunnen wij met zijn hulp volbrengen ook al lijkt het onbegonnen werk. Steeds weer roept Hij ons op om te bouwen aan een wereld van gerechtigheid, vrede en liefde.
Gij wacht op ons totdat wij opengaan voor U.
Wij wachten op uw woord dat ons ontvankelijk maakt.
Stem ons af op uw stem, op uw stilte.
Amen
|
|