Lucas Parochie Amsterdam 
 
 
 

Bij God is niets onmogelijk

Viering: 4e zondag van de Advent

Lezingen:

  • 2 Samuël 7, 1-16
  • Romeinen 16, 25-27
  • Lucas 1, 26-38

Geschreven door: Pastor Colm Dekker

Ik weet niet of u dat ook wel eens heeft ... dat je bij een Bijbelverhaal denkt: hoe zou ik daarop reageren als dat mij zou overkomen? Ik hoor het sommige mensen wel eens heel eerlijk zeggen: 'Ik weet niet wat ik van Jezus zou denken als hij hier nu zou rondlopen, laat staan dat ik alles los zou laten om volgeling van hem te worden.' Het verhaal van Maria vanmorgen leent zich wel heel goed om onszelf de vraag te stellen: Hoe zou ik dan reageren? Uiteindelijk was en is dat de ultieme droom van vele, vele, in principe alle Joodse meisjes: Ach, als ik toch eens de moeder van de Messias zou mogen zijn! Misschien hebben sommige dames onder ons ook ooit zelf wel eens gedacht: Hoe zou ik hebben gereageerd als ik Maria was en God zijn engel naar mij had gestuurd met de boodschap dat ik de moeder van Jezus zou worden? Misschien vertel ik u, mezelf en ons allemaal nog wel iets veel gekkers, namelijk dat ik echt geloof dat God die vraag inderdaad aan óns stelt, niet alleen aan de dames maar aan ons allemaal: vrouwen én mannen, meisjes én jongens!
Laat ik mezelf maar als voorbeeld nemen om opnieuw naar ditzelfde verhaal te luisteren.

Het is Advent en wij zien uit naar de komst van de Heer, van de Messias, van een nieuwe wereld, Gods koninkrijk, naar de geboorte van Jezus. Tenminste, dat zeggen we, dat we daarnaar uitkijken, en we hebben hier vandaag inderdaad de vierde Adventskaars aangestoken, en we hebben misschien ook al bedacht wat we met Kerst gaan eten en met wie we de kerstdagen zouden willen doorbrengen.
Maar wat als ik nu een stem van God zou horen, een engel, zegt het verhaal - en dat is letterlijk een bode, een boodschapper en dat kan alles en iedereen zijn, dus ook het Bijbelverhaal zelf - een engel, een boodschap van God dus, een stem die mij zegt: 'Jou heb ik nodig om die nieuwe wereld geboren te laten worden, jou heb ik nodig om Jezus en zijn boodschap een goede, veilige plek te geven waar die kan groeien en vrucht kan dragen.', hoe zou ik dan reageren?
Zoals gezegd, ik geloof inderdaad echt dat God precies deze vraag, ja vraag en opdracht tegelijk aan ieder van ons stelt. De vraag die de engel aan Maria stelt is de vraag die God aan ons allen stelt: 'Wil jij mij helpen om Jezus geboren te laten worden in deze wereld, wil jij mij helpen om hem een goede plek te bieden in jullie leven?'

Als ik me dat zo probeer voor te stellen, dan wil ik het verhaal nog eens lezen met die bril op, want dan snap ik ineens veel beter waarom God als allereerste tegen mij zegt: 'Wees niet bang, Colm. Wees niet bang.'
Want het eerste wat ik dan bedenk, is dat ik dat niet kan, daarna dat ik het misschien ook niet wil: laat mij met rust, laat mij lekker m'n gang gaan met Corine en de kinderen. We doen toch niemand kwaad. Waarom moet ik me dan druk maken om anderen? Laat die het ook lekker even zelf uitzoeken.

Maar die stem zegt me dus eerst: 'Wees niet bang.', die stelt me gerust, geeft me vertrouwen. En daarna zegt die stem me dat ik het niet zelf hoef te doen, laat staan op eigen kracht. Nee, Gods Geest zal het doen: Gods kracht zal het bewerken. Van mij wordt alleen maar gevraagd om mee te willen werken, om er voor open te staan. Vroeger waaide Gods Geest over de aarde, en schiep God de wereld, een goede plek voor de mensen en de hemel daarboven als bescherming. En God blies de mens zijn Geest als levensadem in de neus, en God blijft zijn Geest over ons blazen als een nieuwe levenskracht als wij het niet meer zien zitten.
En zo zegt de engel ook vandaag tegen mij: 'Colm, je doet het niet uit eigen kracht, ik weet hoe zwak en beperkt je bent. Ik weet dat jij de wereld niet kunt veranderen, maar Ik word niet moe om het met deze wereld te blijven proberen. Ik hou van jullie allemaal en Ik geef het niet op, met geen van jullie. Daarom zal mijn Geest over je komen, met mijn kracht, om een nieuw begin te maken.
Geloof je het niet, kijk maar om je heen, kijk eens naar de kracht en de liefde in zoveel mensen om je heen. Het kan echt en het gebeurt ook. Oudere mensen die al afgeschreven waren door zichzelf of door anderen in hun omgeving, en zie eens hoe zij het zijn op wie de kerk en de samenleving bouwen om het verhaal van God en mensen door te geven, hoe onmisbaar ze zijn voor hun familie en vrienden, voor mij. En zie die jonge mensen die in deze turbulente tijd moeten opgroeien, zie eens hoe zij in alle onzekerheid verlangen naar een goede, veilige plek waar zij zichzelf kunnen zijn en van daaruit ook iets voor anderen willen betekenen. Zie je dat? Kijk goed, Colm, en weet: voor God is niets onmogelijk!'

Hoe zou ik dan reageren? Hoe zou u reageren?
De Schriftlezingen van vandaag bieden ons twee mogelijke reacties.
De reactie van David is van een koning over zijn eigen leven, die graag de boel in eigen hand houdt. Prima hoor, hij is een koning naar Gods hart, zet zich onder Gods leiding in voor volk en vaderland, en vergeet niet aan wie hij dit alles te danken heeft. Daarom wil hij, nu hij als koning stevig in het zadel zit, en het hele volk, de twaalf stammen van Israël tot eenheid heeft gebracht en Jeruzalem tot nieuwe hoofdstad gemaakt, en er daar een koninklijk paleis voor hem is gebouwd, nu wil hij God niet vergeten, maar voor God een mooi huis, een paleis, een tempel laten bouwen. Edelmoedig, mooi en goed lijkt dit in eerste instantie, maar dan komt de bode van God in de gestalte van een profeet, Natan, als stem van God die zegt: 'Het klinkt zo mooi, David, maar wat je dan doet, is mij opsluiten in een tempel van het mooiste cederhout, en Ik laat me niet opsluiten. Ik trek met jullie mee, Ik trek mee met mijn volk. Dat heb Ik al vanaf Egypte gedaan en dat zal Ik blijven doen. Ik ben met jullie, dat is mijn Naam, en dat maak Ik waar in jullie leven. Dus dank je wel, maar je hoeft voor mij geen huis te bouwen. Sterker nog, David, Ik zal voor jou een huis bouwen, het huis van David, niet een huis van steen of van mooi cederhout, maar een huis van mensen, een nageslacht, een geschiedenis van mensen aan wie Ik trouw zal zijn, met wie Ik mee zal blijven trekken.'

Het ene antwoord van ons op de vraag van de engel of wij God willen helpen om zijn koninkrijk van liefde geboren te laten worden, kan dus zijn: 'Ja hoor, dat is goed, ik wil graag helpen. Ik zal wat meer bidden en vaker naar de kerk komen, het huis van God.' En dat is mooi en goed.

Maar het antwoord van God is dan ook aan ons: 'Weet wel dat Ik niet alleen in de kerk woon. Ik woon tussen de mensen en in hun hart. Wil je mij daar geboren laten worden? Bij jou, bij jullie? Wil je mij, met alle onzekerheid en twijfel en ellende die daarbij hoort, daar geboren laten worden, me koesteren en groot brengen?'

Ons tweede mogelijke antwoord is dat van Maria, groots in haar eenvoud: 'De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.'
En dan ... kan het onmogelijke gebeuren, want bij God is niets onmogelijk! Dan kan het Kerstmis worden, ja, dan kan in ons en uit ons de Messias geboren worden.
Preek nummer 1 2 3 4 5 Archief preken