Lucas Parochie Amsterdam 
 
 
 

Overdenkingen 5 februari 2012

5de zondag door het jaar.

Job 7, 1-4-6-7
Marcus 1, 29-39

Het verhaal van Marcus laat ons als het ware één dag uit het leven van een gelovige zien, een etmaal liever.
In de loop van klaarlichte dag valt de genezing en zij is meteen zelf actief.
En in dezelfde avond (de tijd van duisternis en ellende) wordt duidelijk hoeveel mensen nog wachten op beterschap..
Zij zijn aan opstaan nog niet toe. In diepe duisternis trekt Jezus zich terug en bidt. Om kracht om meer opdat het geschreeuw van de onreine geest blijft overheersen.
Het is daarom dat wij gelovige mensen bij elkaar komen.
Het is daarom dat wij bij elkaar komen op de dag des Heren om te luisteren naar de stem van het goede, om te luisteren naar de stem van rechtvaardigheid.
Het is daarom dat wij de dag de Heren eren om geloof en zelfvertrouwen te bewaren. Om te kunnen ervaren dat wij belangrijk zijn in onze activiteit van alle dag.
Het is daarom zeker niet toevallig dat de stem van Jezus van Nazareth klinkt in het evangelie van Marcus.
Met het blijven eren van de dag des Heren kan het gebeuren dat de natuur wetenschapper niet beterschap alleen zal zeggen dat de mens door zijn negatief ingrijpen in de natuur belangrijk is, maar dat wij ook belangrijk zijn in het positief ingrijpen.
Want vanuit geloven en vertrouwen op de stem van het goede en het rechtvaardige kunnen onreine geesten tot zwijgen worden gebracht.
J. Smiers
 

Overdenkingen 29 januari 2012

4de zondag door het jaar.

Deutronomium 18, 15-20

Marcus 1, 21-28

In het boek Deutronomium krijgt het Joodse volk van Mozes alle geboden en verboden te horen waaraan het zich moet houden wanneer het gekomen is in het land dat de Heer uw God u geven zal. Komen in het Land is geen eindpunt. Daar moet het verbond met God gestalte krijgen. Wil het volk het verbond met God nog gedenken ook als er welvaart en vrede is ? Wonen in het Land en leven vanuit het verbond betekent dat het Joodse volk alle riten en gebruiken van de volken die het verdreven heeft uit het Land moet afzweren. Geen waarzeggerij, het uitleggen van voortekenen en spiritisme, kortom alle occulte bezigheden. Het volk moet alleen luisteren naar de stem van God. Maar het volk herinnert zich de verschijning van God op de berg Sinaï met donderslagen, bliksemstralen, het geluid van de bazuin en de rokende berg ( Exodus 20,19) en het volk is bang. Het verschijnen van de heerlijkheid, de majesteit van God is fascinerend maar ook overweldigend en huiveringwekkend. Het volk zegt tot Mozes: spreek gij met ons, dan zullen wij horen; maar God spreke niet met ons opdat wij niet sterven. Daarom zegt Mozes in de lezing van vandaag dat God uit het volk een profeet zal verwekken. Hij zal zoals Mozes het woord van God doorgeven aan het volk.
Het Joodse volk heeft vele profeten gehad en de laatste profeet is Jezus. Direct nadat Jezus vier discipelen geroepen heeft, gaat Hij op de sabbat in Kapernaüm naar de synagoge om er de Schrift uit te leggen. De mensen staan versteld over zijn leer want Hij leert als een gezaghebbende en niet als een schriftgeleerde. Jezus spreekt zoals een profeet uit de naam van God en bekleed met gezag van God. In dit eerste hoofdstuk van het evangelie van Marcus horen we tot drie keer toe dat Jezus onreine, boze geesten, demonen uitdrijft. Demonen die voortijdig het geheim van Jezus willen onthullen en daarmee zijn boodschap ontkrachten. Ook in ons moeten alle storende factoren opgeruimd worden zodat wij met een open geest het woord van de profeet kunnen ontvangen.
J. Verhoeven
 

Overdenkingen 22 januari 2012

3de zondag door het jaar.

Jona 3, 1-5 en 10
Marcus 1, 14-20

Vorige zondag hoorden we over de roeping van de jonge Samuël. Daar werd duidelijk wat de houding van een profeet moet zijn, hij die geroepen is door God. Hier ben ik. Spreek want u knecht hoort. Deze zondag lezen we het begin van het boek Jona. Jona is het tegengestelde wat een profeet moet zijn, een anti- profeet. God roept Jona om naar Ninevé te gaan en daar te preken. Jona geeft geen gehoor aan deze oproep maar vlucht weg voor het aangezicht van de Heer. In plaats van naar het oosten, naar Ninevé te gaan, gaat hij per schip naar het uiterste westen, de havenstad Tarsis, het uiteinde van de destijds bekende wereld, in het huidige Zuid-Spanje. Wie het aangezicht van God ontvlucht en dan nog wel over zee ( symbool van de dood) gaat zijn dood tegemoet en zo ook Jona.
Maar zoals Psalm 139 zegt kunnen wij niet vluchten voor het aangezicht van God. Hij is overal en vindt ons overal. Dan moeten we niet denken aan de jeugdangsten voor het alziend oog van God. God kent ons dieper dan onszelf, Hij weet en begrijpt alles en beschermt ons in zijn genade. Zelf Jona die wegvlucht voor het aangezicht van God, weg voor zijn roeping, wordt door God uit het water van de dood gehaald en krijgt een tweede kans.
Jezus begint te preken als hij hoort dat Johannes de Doper gevangen genomen is. Hij gaat verder met de prediking die Johannes niet meer kan doen. De tijd is vervuld en het Koninkrijk Gods is nabij, bekeert u en gelooft in het evangelie.
De volheid van de tijd is de door God gewilde tijd, het moment dat God in ons leven wil komen met de blijde boodschap, met zijn verkondiging van heil. Ondanks de gevangenneming van Johannes de Doper, ondanks alle rottigheid in onze wereld moet de blijde boodschap doorgaan. Jezus roept twee paar broers om te laten zien dat ondanks alle broedertwist in de bijbel het anders kan. Geloven in de blijde boodschap betekent geloven dat al het gebrokene met Gods hulp heel zal worden.
J. Verhoeven
 

Overdenkingen 15 januari 2012

2de zondag door het jaar.
Gebedsweek voor de eenheid.

Samuel 3, 3b-10,19
Johannes 1, 35-42

Ik denk dat velen van ons ronde de vele rampen, moorden enz. die we hebben meegemaakt via radio en televisie,heel strek met driedingen bezig zijn geweest.
Allereerst met de enorme onzekerheid en het intense verdriet van de familieleden, vervolgens met de vraag, waar moet dat in Gods naam naar toe in onze wereld. En ten slotte met de gedachte dat mensen die zulke dingen doen de dood verdienen.
Bij dit soort gebeurtenissen komt er altijd weer angst in je naar boven omdat onze samenleving steeds onveiliger wordt, maar ook agressie ten aanzien van de daders.
Die agressie zit in ieder van ons. Dat is je eerste opwelling geweld met geweld beantwoorden.
Toch is het mijn heilige overtuiging dat je daar niets mee opschiet. Daar bouw je alleen maar een onleefbare wereld mee op.
Hoe doorbreek je die spiraal van geweld?
Dat is de vraag. Een uitermate moeilijke zaak.
Want geweld is al zo oud als de mensen zelf.
Het verhaal van Kaïn en Abel staat helemaal vooraan in de bijbel.
En er volgen nog veel meer verhalen vol geweld.
In onze lezing gaat het om precies het tegenovergestelde.
Johannes de Doper ziet Jezus lopen en zegt tegen zijn twee leerlingen; Let op die man: Hij is het Lam Gods, het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt.
Laten we daarom één uur met Jezus waken om daarna het wel en wee van je leven weer aan te kunnen, God dankend in aanbidding en elkaar helpend in wederzijdse liefde.

J. Smiers
 

Overdenkingen 8 januari 2012

Openbaringen des Heren

Jesaja 60, 1-6
Mattëus 2, 1-12

Jezus wil alle volkern, ieder mens, doen delen in zijn openbaring. Niemand uitgezonderd, ook niet degenen voor wie het
licht verdwenen is.
De oproep van Jesaja, aan het begin van de liturgie vandaag, staat
er tot onze bemoediging.
"Sta op, laat het licht u beschijnen, want de zon gaat weer op en
de glorie van de Heer begint over u te schijnen."
Dat klinkt als bazijngeschal om ons te laten wegroepen uit de
duisternis van het wankelend geloof, van een duistere
levenshouding om ons heen, misschien zelfs in onszelf.
Geloven is een genadegave, we hebben er geeen recht op noch
kunnen wij het uit eigen kracht verwerven.
Vragen wij om de gaven van het geloof, op de voorspraak van de
Wijzen uit Oosten- samen met de Wijzen uit het westen.
De H. Willibrord en gezellen, die aan onze voorouders de
Openbaring van de Heer brachten.
Moge zo, door Gods genade, door de voorspraak van de heilige
Wijzen en door onze goede wil het pas begonnen jaar een jaar
worden waarin velen het Kind en zijn Moeder vinden of hervinden
en de Openbaringen in volle rijkdom open bloeit in vele harten tot
eer van God en tot heil van onszelf en onze naasten.

J. Smiers
 
Pagina's in deze sectie:

Archief:  Artikelen eerder op deze pagina gepubliceerd